Ziek zijn is een kunst. Ik ben chronisch patiënt en kunstenaar, in mijn geval is dat een gouden combinatie. Slikken doe ik trouw en gedisciplineerd. Ik consumeer op stofnaam, sinds het patent op E is verstreken. Ik ben een grootafnemer, voor minder dan dozen van honderd pillen kom ik het huis niet uit. Mijn spul haal ik bij een apothekeres. Apothekeressen durven mij wel eens een klantenkaart aan te smeren. Soms ga ik in op de vraag, soms ook niet. Mijn ja dan wel nee hangt enkel van het meisje achter de toonbank af. Ooit stond een perfect opgemaakte apothekeres voor me, evenwel met schurftige, schilferende vingers. Ik ben er nooit weergekeerd. Ik ken er ook één die samen met haar man in de zaak staat, opstaat en gaat slapen met een pillendraaier en 's avonds nog gauw gauw boodschappen doet. De vrouw in kwestie is lief, maar de chronisch aanwezige man gooit roet in het eten. Ik kom er alleen als het niet anders kan. Wanneer er geen plan B of C in het spel is, dan haal ik mijn gerief in K. De apotheek is lang en diep. Drie meesteressen bestieren het etablissement. Alleen Tina boeit me, en dat doet ze mateloos. Eindeloos zijn haar benen. Ze weet het. Altijd draagt ze een kort kleedje, het zoompje verdacht ver boven de menisci. Zwarte botjes met halfhoge hakjes. Bruine nylons die alleen oplichten op de terugweg van de medicamentenlades. Ik kijk naar haar prachtige glanzende benen, terwijl haar botjes een sexy symfonie tokkelen. Ze heeft altijd een praatje klaarzitten bij het medicament dat verder gaat dan 'het gebruik is gekend?'. Ze lacht altijd. Ze is bescheiden opgemaakt. Op haar spierwitte apothekersjas priemt een geplastificeerd naamkaartje. Tina. Ik wil Tina. Ruiken. Voelen. Mee gaan eten tijdens haar middagpauze. Kijken hoe ze 's ochtens haar panty aantrekt, de laarsjes, het kleedje van de dag. Zien hoe ze haar lipstick laat voor wat ie is. 's Avonds de omgekeerde bewegingen. De laarsjes bij het bed, de panty ongeschonden en ladderloos, het kleedje over haar stoel. Tina. Tina. Tina. There is no alternative.
