Je bent 42, zei ik tegen mezelf, je oudste zoon is je boven het hoofd gegroeid en de meeste mensen kijken op je neer. Ga daar maar eens mee aan de slag. Met wat geluk - of ongeluk - word ik ooit 84. Rekening houdend met een redelijke foutmarge ben ik heden halfweg. Maar als u het mij op de man af vraagt, dan moet ik antwoorden dat ik het nare, beklemmende gevoel heb nog nergens te zijn. Ontembaar zijn de drang en het verlangen in mij om weer achteruit te tellen. 42 - 42 = 0. Daar wil ik zijn. Nu. Heute. Helemaal alleen, 's nachts, in een Lotus Europa, op de middenste rijstrook van een Duitse Autobahn, de verlichtingspalen buiten werking, een stationair draaiende motor, stuur in de hand, versnelling in neutraal, de eerste afrit in geen mijlen te bekennen. Geen andere chauffeurs, geen tegenliggers, geen spookrijders, niemand om in te halen, niks te manoeuvreren, geen richting moeten kiezen, verstand op nul, rechtdoor. Plankgas vanaf de start, zo snel mogelijk naar zesde om er nooit meer uit te komen, rijden, rijden, rijden, flirten met de rode zone van de toerenteller, tot de laatste druppel in de tank. Laatste act: sputteren, stilvallen, de stilte van de nacht en het gefluister van de donkere wind horen, in slaap vallen en nooit meer wakker worden.




