In een brief aan een goeie vriend schrijft Tegnér in 1873: Ik weet niet hoe het komt, maar in mijn hele wezen heerst een lusteloos makende passiviteit, een onverschilligheid voor alles wat mij eerder boeide; een scheurbuik in mijn geest ligt als schimmel op mijn ziel. Het is alsof lid na lid van mijn innerlijk leven is ingeslapen, weggerot.
Dit leven is onmogelijk geworden, waarmee wordt bedoeld: de mogelijkheden van weleer zijn onmogelijkheden geworden. Op zeer korte termijn is compulsieve mathematica de grootste gesel. De teller zal niet van elf op twaalf springen, zegt een stem in mijn hoofd voortdurend. De milleniumbug heeft tien jaar geslapen en zal nu genadeloos toeslaan. Dat soort onzin.
Jullie hebben afscheid van mij genomen. Jullie beantwoorden geen mails meer. Dit even tussendoor.
De brief van Tegnér kan banaal lijken, al ben ik het daar niet mee eens. Tegnér wordt zijn hele volwassen leven lang gekweld door plotselinge wisselingen tussen levenslust en levensmoeheid. Op moeilijke momenten is hij, net als ik, gefixeerd op de dood. Als het goed gaat, krijgt hij megalomane trekjes en voelt zich een grandioos genie. Dan wordt Tegnér ongecontroleerd verliefd. Tegelijk wordt hij gekweld door voortdurende maagproblemen en krampen. Ik ben zelf één grote volgehouden kramp, die zonder bril van mijn gezicht te lezen valt. Dit eindeloos balanceren tussen moedeloosheid en hubris zal doorgaan tot het touw in staking gaat. Intussen dringt de miltzucht dieper en dieper naar binnen als broeierige lava. Lava zorgt voor een zelfverbrandende melancholicus van het meest hypochondrische soort. Wat goed zit en zat, wordt bezetenheid.
Het ergst en meest nefast van allemaal: hij wil huilen maar kan het niet, het zou kunnen dat hij geremd wordt omdat men zijn tranen onmannelijk zou kunnen vinden. Alles bijeen is dit het archetype voor het temperament van een dichter. MELANCHOLIA is een dichter.
De lava doet haar werk. Het genie raakt opgebrand. Toch blijft hij schrijven, zoals een aardworm die blijft verderkronkelen nadat kwajongens zijn kop hebben afgehakt. De productiviteit blijft hoog tot de tank helemaal leeg is.
