Natuurlijk wist ik vooraf dat alles hetzelfde zou blijven, op de affiche na. Per abuis verzeilde ik gisteren op de nachtelijke televisionele lus van een radiostation, alwaar de déjà vu's me om de ogen vlogen. Er is niets veranderd. Niet in het huis, niet erbuiten. Twee jaar geleden maakte ik hier al eens kipkap van het merk Glazen Huis. Níet van de goede bedoelingen, want die zijn wel degelijk aanwezig. Ik heb niets tegen weldadigheid, giften en stortingen. Van mij mogen die zelfs fiscaal aftrekbaar zijn. Ik heb alleen een probleem met het meta-gehalte van MFL, waardoor de inhoud wordt weggedrumd als was die in het beste geval slechts een vehikel, ja zelfs een schaamlapje. In die zin had de organisatie geen treffender slotthema kunnen kiezen dan diarree. Mijn getormenteerde darmstelsel draait in een gordiaanse knoop wanneer ik het kwijl van de ramptoeristen net niet van de glazen wand zie lopen. Scheisse gegen die Wand. Mutatis mutandis herpubliceer ik bijgevolg mijn blogpost de dato 23 december 2009.
Maandagnacht, 03u29. Ik lig met beide hielen omhoog in de zetel, genietend van de afwezigheid van pijn. Stressfracturen veroorzaken stressfacturen. Ik zap zoals steeds de slapeloosheid weg. Ene Gaëlle Six, bijzit, serveerster en matras van de grote Claudiomaffioso Dell'Anno, komt het Glazen Huis binnengehuppeld met in haar zog drie mannen, allicht onderbetaald voetvolk van een Kortrijks restaurant dat het niet te nauw neemt met de regeltjes van ruimtelijke ordening en welvoeglijkheid. 'Tegen betaling willen deze heren strippen! Dus waar wachten jullie op?' De toon is meteen gezet. Buiten bivakkeert het schorem van de nacht voor de glazen kooi waarin een jongeman met een atrofisch hoofd deejayt. Ik hou al enkele nachten de registraties van de 67 camera's tussen 3 en 4 uur in de gaten. Ik ben getuige van Vlaanderen op zijn smalst. Nozems die paffen en lurken aan een groot blik Jupiler. Op de achtergrond een slagveld van lege blikjes. Een straathond zou er niet eens zijn gevoeg willen doen. Ambiance? Nul. Er is geen communicatie tussen de man met het lange hoofd en zijn toeschouwers. Nu al is duidelijk: Sam De Bruyn is een miscast van jewelste. Music For Life is een kakofonie, een gedrocht van een aria, een mal-aria. Af en toe komt iemand met enige pudeur eurocentjes droppen in de vondelingenschuif. Wie het er voor over heeft lang in de vrieskou te staan, mag onzin uitkramen in de wollige microfoon - even maar, want Sam De Bruyn is en blijft Sam De Bruyn en hoort dus vooral zichzelf graag praten. Mocht u op dit ontieglijke uur nog wakker zijn, zap dan eens naar de Nederlandse partners in crime van 3FM. Massa volk - schoon volk - aan het huis, professionele presentatie. In Gent daarentegen is er meer volk in het Glazen Straatje dan in het Glazen Huis, een steenworp daarvandaan. Klanten geven er ook een pak meer geld uit, en niet altijd voor het goede doel. Ja, er zíjn mensen met een gouden hart, mensen die hun schouders zetten onder deze actie, mensen die in alle anonimiteit onverdroten schone noeste arbeid verrichten voor de zieke medemens. Laat daar geen misverstand over bestaan. Niet iedereen verdient het om over dezelfde kam te worden geschoren. Helaas worden ze weggevaagd door het schorriemorrie dat zich met de ellebogen een weg baant naar een microfoon en een camera in de hoop niet heel het godganse leven als anonieme muizen te moeten rondkruipen. In alle betekenissen van het woord zijn het ramptoeristen. Ze zien deze inzamelactie niet als een doel, maar als een middel. Beroemd worden op de kap van zieke sukkelaars, duizenden kilometers van hier. Moet een mens in bewondering staan voor een trio presentatoren dat gedurende een week plaatjes draait op sapjes? Ik vind het niet direct een bijzondere prestatie. Dames en heer zitten achter glas, dubbel glas allicht. Lekker warm binnen, knusse zetels, lekker bed, keurig afgelost, nooit alleen, net niet aanbeden. Op Kerstavond verlaten ze het huis en gaan weer gezellig thuis vreten en cocoonen. Ik heb de afgelopen dagen al vaak gedacht aan de daklozen die geen glazen huis hebben, hooguit een kartonnen doos. Geen verwarming, maar bittere vrieskou na de sluiting van het station. Stel je eens voor... 3 presentatoren dag en nacht aan de ingang van Brussel-Centraal, of zelfs in de metrogang voor mijn part, slapen op de harde vloer, zere rug, koptelefoons als oorwarmers. En speciaal voor Siska: te koud om tieten te tonen. Dán had ik waardering gehad, een lichte vorm van verwondering zelfs. In de plaats daarvan wordt een verplicht nummertje opgevoerd. De magie van de eerste keer is al lang weg. Het is van moetens, niet van willens. Alles en iedereen voor de format. Op de elfde verdieping van de VRT wrijft iemand zich in de handen, alleen al bij de gedachte aan het volgende luistercijferrapport.
