Bij leven en welzijn zweer ik één keer per weg bij een glutenvrije spaghetti daniele op eigen wijze, maar bij tijd en wijle ben ik ook niet vies van een lekker stukje macaronisme. Vooraleer u aan pasta begint te denken: een macaronisme is een op de lachspieren werkende vermenging van verschillende talen, bijvoorbeeld Frans en Engels. Hetgeen op zijn beurt het amusante Franglais oplevert. Le Franglais, c'est le language parlée par holidaymakers qui arrivent à Douvres ou Nouveauhaven dans leurs Volvos et Metros. Où est le bleeding ferry? ils disent. Op dat ogenblik zijn ze al met Franglais aan de gang, ziet u?
Macaronismen zijn de brandnetels van de gesproken taal. Je weet niet waar eerst te blussen en voor je het weet duiken er alweer nieuwe op. Nederlands en Latijn levert het niet te versmaden Potjeslatijn op. Nederlands en Frans in de mix resulteert in Koeterwaals, meer dan goed voor ze is gebezigd in monarchische middens hier te lande. Gooi je Engels en Nederlands op een hoopje, dan krijg je the one and only Double Dutch. Double Dutch is in het Engels tevens een synoniem voor 'nonsens', maar dit geheel ter zijde.
Laat het ons niet te abstract houden. Ik zie u fronsen tot hier.
- Potjeslatijn: Quis poly est plus pontifex, tis pardem est bus bio tex
- Double Dutch: A terrible infant, called Peter, sprinkled his bed with a gheter. His father got woost, took hold of a cnoost and gave him a pack on his meter.
- Koeterwaals: Mon oncle qui, mon oncle qui, mon oncle quitle ma tante et quand je suis plus grand je quitlerai ma gouvernante.


