'Het gezwam over democratie... democratisch beslissen, het moet godverdomme maar eens uit zijn. De ware democratie is voor alle tijden en tot in der eeuwigheid al verspeeld, omdat wij mensen niet mogen meebeslissen over onze verwekking. Aan de wortel van de democratische gedachte ligt een bij uitstek ondemocratische gebeurtenis... God, de Wereldziel, een blinde Wil... iets of iemand heeft ons, in samenwerking met het voorgeslacht en onze weerloze ouders, geboren doen worden. Niks keuzevrijheid, niks stemrecht - een keihard gegeven, waar we mee moeten zien te leven.'
Niets verplicht ons ermee door te gaan. Het is een onvervreemdbaar recht er zelf een eind aan te maken.
'Als ik de vrijheid neem eruit te stappen, moet ik het grofst denkbare geweld tegen mezelf gebruiken. Zelfmoord, letterlijk. Noem dat maar vrije keuze. Ik kan niet een beetje suïcide plegen. 't Volle pond...! anders gaat het niet door. Je zou je kunnen afvragen wat dat voor cynische God is, die ons vanuit een vruchtbaar donker op aarde smijt, volkomen ongevraagd... en ons vervolgens in de gelegenheid stelt om, via een grondige zelfvernietiging, in de schoot van Zijn duisternis terug te keren. Hoe minzaam! Hij matst ons! Een goedertieren God!'
Het staat ons ook vrij de dood gewoon af te wachten...
'totdat die ons overvalt, ja. Zonder afspraak vooraf. We geven ons dan over aan een beschikking die in zoverre democratisch is dat we er allemaal aan moeten geloven... on passe tous à la casserole... zonder aanzien des persoons...'
'Geen zeggenschap te hebben gehad over je eigen verwekking, dat rechtvaardigt volgens mij een buitengewoon ondemocratische levenshouding. Laat ons geen kostbare tijd verdoen met stemmen tellen... met rechten verdelen alsof het koek was... met eindeloos bakkeleien over de voors en tegens van een regeltje hier, een wetje daar... Kunnen we ons niet beter aan onze allerindividueelste instincten overgeven... en die op de wereld botvieren?'
'Als we er maar mee ophouden onszelf wijs te maken dat er zoiets als een fundamentele gelijkheid onder de mensen is, of dat soort godslasterlijk gedoe... want dat bestaat niet. Alleen al in de uiteenlopende manieren van reageren op het gegeven van ons ondemocratisch ter wereld komen zijn we totaal ongelijk. Misschien moet ik het anders stellen... Op 't oog zijn ze zo pervers gelijk aan elkaar, de mensen... met meestal twee benen, twee armen, twee oren en een neus... dat ze geen andere keus hebben dan onderlinge verschillen te creëren, om de wereld nog een beetje spannend te houden. Ze zijn dolgelukkig als ze een afwijking bij een ander ontdekken... fysiek of mentaal, kan niet verdommen... een bochel met haar d'rop, een voorkeur voor stokbrood met brokkelkaas uit de pisbak. Hun vreugde uit zich in ongeremde scheldpartijen, als het feest niet al in woordloze verachting is gestikt. Verschil moet er zijn, anders dient het geschapen. Op grond van een geïmproviseerde ongelijkberechtigheid spelen ze baas over elkaar. Met groot gemak ontwerpen ze sociale klassen... een kastenstelsel, staatsterreur. Rassentheorieën bij de vleet, het kan niet op. Omdat de mens geen toegang heeft tot het bewustzijn van zijn medeburger, wordt het hem des te gemakkelijker gemaakt zichzelf als superieur aan de ander te beschouwen. De medemens is hooguit qua uiterlijk driedimensionaal... en dus in zijn belachelijkheid... Met democratie, socialisme, communisme moet je eigenlijk niet bij de aardbewoner aankomen... net zo min als met christelijke naastenliefde... Systemen die indruisen tegen zijn neiging om de wereld met extreme verschillen op te sieren. Had hij z'n zaakjes net mooi, in alle oneerlijkheid voor mekaar, komen de wereldverbeteraars... of -verslechteraars, met de roep om stemrecht voor iedereen en een rechtvaardiger verdeling van goed en land. Gelijk aan elkaar waren de mensen al, tot kotsens toe. Een oppervlakkige gelijkheid die we nou juist hadden overwonnen... in een dodelijk spel waarbij de partijen opzettelijk ongelijk aan elkaar waren gemaakt.
uit: De Movo Tapes, A.F.Th.


