Een maand na de opstart mag ik met recht en reden zeggen: de Canigou heeft geen muis gebaard. De bloesems slaan aan. De therapie slaat aan. Dit is geen geval van placebo-denken. Het resultaat op heden stelt me tevreden, in die mate zelfs dat ik verderga op de ingeslagen weg. Ik zwaai maskerbloem en bosrank fluks wuivend uit. De herik blijft nog een tijdje langer logeren. Tevens verwelkom ik een nieuw, veelbelovend trio. Gentiana amarella, impatiens glandulifera en aesculus hippocastanum. Hun Nederlandstalige benamingen klinken honingzoet in het oor. Gentiaan. Reuzenbalsemien (foto). Paardekastanje. Daarmee is alles voorlopig volgeboekt. Een ander drietal staat op de wachtlijst en mag in de eindejaarsperiode komen logeren: larix decidua, prunus cerasifera en salix vitellina. Lariks, kerspruim en wilg.


