Dat het mij mateloos ergert. Dat het de spuigaten uitloopt. Dat ik er met het ouder worden beter zou moeten tegen kunnen, maar het tegendeel is waar.
Mensen hebben zoveel te vertellen en tegelijkertijd zo weinig te zeggen. Ze praten na, ze smikkelen op voorgekauwde kost, ze smeren stroop om iemands baard. Ik wil zelfs geen onderscheid meer maken tussen vaderland en blogland. Het is overal hetzelfde. Een gefundeerde mening over iets? Ach. In het beste geval sloganeske prietpraat voor de vaak. Kijk naar diegenen die zich blogger noemen. Producenten van steriele leegte. Bladvulling om de bladvulling. Lulkoek. Risicoloos, vrijblijvend. Vooral niemand tegen de schenen stampen. Lef, wat is dat, mijnheer? Er zíjn uitzonderingen, maar dat zijn predikanten in de woestijn. De meerderheid lust echter pap van provincialistische navelstaarderij, menstruele ontboezemingen, naar aloude traditie overgoten met een aangebrande saus van schabouwelijk taalgebruik.
Er zijn mensen die men het alfabet zou moeten ontnemen. Laat ze vegeteren op een dorre akker van gebaren. De zelfgebakken lucht blaast ze hopelijk weg.


