De Muur van Geraardsbergen laat niet met zich sollen, zelfs niet bij klaarlichte nacht. Toen ik op de universiteitsbanken zat, maakte ik deel uit van de enige richting die uit principe géén studentendopen organiseerde. Wij verbanden de boertigheid een hele week lang en gingen decisief tegen de stroom in. Iedereen liep poepsjiek en gemanierd door gangen en auditoria. We hadden er zelfs een naam voor: Deftige Dagen. Iemand moest het goede voorbeeld geven. Dat waren wij. De andere faculteiten rampetampten er op los en zaten nadien, in het worst case scenario, met de gebakken peren.
Wij aten deftig, wij dansten deftig. Deftig diner. Deftige fuif. Het praesidium was een groep jongvolwassenen met het hart op de juiste plaats, alternatief en tegendraads. Het woord schachtentemmer stond niet in het woordenboek.
Je zal maar de ouder zijn van een dochter die omkomt bij een onschuldige studentendoop. Sorry meneer, sorry mevrouw. Een snel in elkaar geflanst tekstje - nota bene in schabouwelijk Nederlands (daar moeten ooit dokters uit gekneed worden) - waarbij iedereen zijn kop in het zand steekt/zijn paraplu opentrekt. De Praeses van het Groot Praesidium die het lef niet heeft er zijn naam onder te plaatsen. Alleen een verdwaald 'sterkte'...
Ik vind studentendopen decadent en vernederend. Ik vind dat ze zouden moeten verboden worden. Het woord schachtentemmer doet me kotsen, net als het gelul over waarom een student zich best wél zou laten dopen.
Recent Comments