Zo van die dagen. Een zon - de zon - die van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat van jetje geeft. Boeren die het gras keren dat bulkt van de pollen. Een expert die graspolkoorts creërt op de radio. De drempel is overschreden. In het grootwarenhuis en op straat zie ik het ene stel superbenen na het andere. Gladgeschoren en herboren. Elk jaar denk ik dat het het jaar van de mooiste benen wordt. Juni wordt alvast rokjesmaand, lees ik op het net. Mensen zitten en liggen buiten. Iedereen aan de cornetto. Alle cabrio's rekken hun schouders tot achter hun oren. Cabriorijders hebben een klein pietje, prevel ik, wanneer er weer eens eentje mij passeert en de snelheidsbeperking aan zijn laars lapt.
Toen ik gisteren over de aankomststreep van Kortrijk Loopt kwam gelopen, werd ik achternagezeten door een colonne zwaantjes, die de winnares van de Knack Weekend Ladies Run - een half uur na mij van start gegaan - begeleidde. Zo krijg je quasi gelijktijdig twee tegenstrijdige gevoelens in de nek geduwd. Euforie hand in hand met vernedering. Drie kwartier later, na gedoucht te hebben in het gezelschap van een verschrompeld geslacht (don't panic! tijdens een zware fysische inspanning gaat al het bloed naar de benen en armen, dat komt wel weer goed!), kroop de laatste deelneemster de berg naar de aankomst op. Ze werd gegangmaakt door het dochtertje, de hond en nog wat ramptoeristen. De laatste paar hectometers duurden een eeuwigheid. Daar, ter hoogte van de uit de kluiten gewassen chronoklok, wachtte de ultieme beloning voor elke vrouw die de finish overschreed: een voor een kwart gevuld plastic bekertje Liefmans on the rocks. Mijn veertiende medaille was het, één na één bijeengelopen en -gefietst. Een muur in huis hangt intussen aardig vol met metaal. Ook de borstnummers houd ik, gedisciplineerd als ik ben, bij. Tegen het einde van dit loopseizoen moeten daar nog een drietal exemplaren bijkomen. Hoogst uitzonderlijk loop ik komend weekend niet voor eremetaal. Het is in mijn eigen achtertuin te doen en het evenement kreeg de titel Trappistenloop opgespeld. Ik lust wel trappist, maar ik mag het niet drinken. Ik lijd aan een sociale ziekte. Ik loop voor iemand anders. En voor zijn voeten.

Laatste reacties